O mensen, onze buur Ramón. Het gemis van vrienden en familie is een stuk minder zwaar met een engel om de hoek. Iedere dag na ons avondeten, dat is dus ten tijde van de middagsnack van Ramón, lopen we even binnen. Nadrukkelijk is ons te kennen gegeven dat wij geen visite zijn. Meestal snaaien we nog wat hapjes mee voor de leuk. We praten en lachen wat. En daarna nemen we afscheid, want even na zeven is het alweer tijd voor Juul om naar bed te gaan. Hasta mañana roept Juul dan nog een paar keer over haar schouder.
Ramón helpt ons waar hij maar kan. Vergezelt ons naar medische afspraken, pleegt telefoontjes naar instanties die niet gewend zijn met extranjeros te werken en staat ons met raad en daad bij tijdens het proces van afbreken en opbouwen. Heb ik een stuk gereedschap niet liggen, dan mag ik absoluut niet zomaar naar de bouwmarkt, maar word ik haast gedwongen om eerst de inventaris in zijn schuur te beoordelen. Misschien kan het daarmee opgelost worden?
Deze week gaan we dan toch echt van start met bouwen. Eerst ondergronds (en dus compleet onzichtbaar) zullen we de rioleringsbuizen gaan aanleggen die uitkomen in een EU-gecertificeerde septic tank van 2000 liter. Daarmee zijn we direct het braafste jongetje van de klas, want de meeste buren hier laten al hun grijze en zwarte water de grond in lopen. Honderd jaar geleden, toen men van en met de koeien leefde, was dat natuurlijk prima, maar met het toenemende gebruik van allerlei bijtende (schoon)maakmiddelen is dit inmiddels wat minder aangenaam voor la naturaleza.
Tegelijkertijd met het aanleggen van de riolering gaan we aan de slag met de bouw van een tiny house met een overweldigende binnenruimte van 16 m² (en een ‘buitenruimte’ van bijna 2 ha, dus stop met zeuren). Dat ga ik niet alleen doen, maar samen met een Spaanse vriend die hiervoor doorgeleerd heeft. Op voorhand dus al een daverend succes. Vanuit die kleine, overzichtelijke basis zal het grotere project aangepakt worden.
Afgelopen weekend bevonden we ons trouwens voor de tweede keer in korte tijd bij een kinderverjaardagsfeestje. In beide gevallen werd hiervoor een zaaltje afgehuurd en bleven alle ouders aanwezig. Niemand heeft er moeite mee om hiervoor de vrije zaterdagmiddag op te offeren en vanaf de zijkant met interesse te kijken hoe de kleinsten aan een lange tafel, die midden in de ruimte is geplaatst, hun buikjes volstoppen. Spaanse traditie, ben ik na enig rondvragen inmiddels achter. De ruimte waar de feestelijkheden zich voltrekken wordt bij voorkeur verlicht met knipperende TL-buizen, de muren zijn korrelig wit gesausd en eventuele gordijnen of andere materialen om geluiden te dempen zijn non-existent. De bleke kindersnuiten dwarrelen door de ruimte, het gegil weerkaatst vierdimensionaal in je oren en de uitgang is ver weg.
Toch ook heel veel gelachen. Na acceptatie van de situatie blijk je je dus te bevinden in goed gezelschap. Ouders die ook wat van het leven willen maken. Je bepotelt wat hapjes, ziet ineens dat er ook een paar koelkasten staan ramvol drank en je maakt er met elkaar ’t beste van. Op datzelfde feest spreek ik lotgenoot Juanjo, die het wel mooi vond om ons project een keertje te zien. Twee dagen later zie ik ineens een autootje omhoog rijden die ik nog niet eerder heb gezien. Ja, je leest het goed: ik ken ieder voertuig in een straal van 30 km en onbekenden worden met argwaan bekeken. Juanjo was uit rijden gegaan, want een telefoonnummer of adres had hij niet, kon ons huis niet vinden en heeft ergens in ons dorpje Calabrez rondgevraagd waar hij die Hollanders toch kon vinden. Er werd hem – naar eigen zeggen – eerst gevraagd of hij met goede bedoelingen kwam. Bevestigend antwoord. Daarna werd hem een verrekijker overhandigd en verteld op welk huis hij moest scherpstellen. Niet veel later stond ’ie ineens op de oprit. Ik vind zulke alledaagse dingen zo schitterend, dat ik er wel over moet schrijven.
Je hoort ’t, we zitten hier gewoon keihard te integreren.






Laat een antwoord achter aan Sas Reactie annuleren